De bus, het enige openbaar vervoermiddel om vanuit Urk in de vreemde te belanden. Intussen reis ik al ruim vier jaar met dit vervoermiddel, ik bemerkte echter dat ik er nog nooit een log aan geweid heb. Ziehier mijn hersenspinsels, en ervaringen met de bus.
Wel… de bushistorie begint toen ik veertien jaar was en voor het eerst in Kampen naar school ging. Samen met busdeskundigen Jannie, Christien en soms Thera moesten we naar een tijdelijke halte bij de Frits Bode school lopen. Ik weet niet zeker wat onze reden was voor verandering van halte, maar ik meen me te herinneren dat de bus via de aangepaste route pas als laatste langs die halte kwam, en we dus nooit een plekje hadden. Dus liepen we in vervolg naar de halte op de ‘lange dam’ oftewel, boven ‘het hoogien’ van Willem de Boer.
En daar zijn we eigenlijk de rest van mijn Pieter Zandt jaren blijven hangen.
Vooral het eerste half jaar dat we samen in de bus zaten, hebben Christien en ik heel melig gedaan. Zo hebben we bijvoorbeeld steevast iedere ochtend mee zitten zingen met mijn discman, weet je hoe stom het klinkt als je probeert mee te zingen met ‘Reborn’ van Rebecca st. James?
Maar goed, dat nummer was onze specialiteit, dus dat zegt wel iets over wat je je erbij kan voorstellen.
Later, toen we niet meer zo hard zongen, hebben we ons repetoire uitgebreid met Veggie Tales. Geweldig meezing-materiaal, ik raad het aan iedere Pieter Zandter aan om je ochtendhumeur mee weg te werken.
Uiteraard zaten we het eerste jaar in de ‘de Bok bus’, we zaten, vaak met Thera, in vierzits voorin, met Jannie en Janny op de stoelen achter ons. De rest van de koffiebar zat in de vierzits en omstreken achterin. Ik krijg rillingen als ik eraan denk wat er allemaal gebeurd kon zijn als we de meligheden van de voor en achterkant hadden samengevoegd hadden, door ook achterin te gaan zitten.
Maar goed, aangezien ik nogal snel last heb van wagenziekte, zijn we altijd voorin gebleven.
Het jaar daarna was de bok met pensioen, en moesten we maar zien in welke bus we belandden. We waren koppig, en wilden perse in de Ransuil-bus. (Uiteraard! Alle coole mensen gaan, nu nog steeds, met de Ransuilbus, nietwaar Elisabeth? ) Het probleem was echter, dat er niet altijd een Ransuil-bus was. Dit resulteerde er enkele keren in dat we met de 141 naar school moesten. Of het kwam voor (wat ik persoonlijk vervelender vond) dat de Ransuil als een van de eerste bussen kwam. Nou moeten jullie weten dat ik niet zo’n vroege vogel ben, en als zodanig altijd pas zo laat mogelijk naar de bussen ging. Dit tot wanhoop van Christien, die evengoed nog zo goed was om me iedere ochtend op te halen. Wel, als het dus eens voorkwam dat de Ransuil een van de eerste bussen was, liepen we halverwege het hoogien naar de bushalte, en we naar de reeds passerende bussen keken en ineens bemerkten dat er Ransuilmensen naar ons zaten te zwaaien.
Wel, dat betekende rennen voor een bus op de vroege ochtend.
En daarna hebben we nog een tijdje als Edenezen samen opgetrokken naar het verre Ede. Dat was ook altijd erg gezellig, met zn allen en grote koffers en weekendtassen (En soms zelfs met stoelen op sleeptouw) ons eerst in een bus proppen, en vervolgens een trein doorbanjeren, concluderen dat er geen ruimte meer was om met elkaar te zitten, en dus maar in het halletje neerstrijken. Dat waren nog eens tijden.
En zo ben ik nu aan mijn tweede jaar begonnen van afreizen naar Zwolle. Uiteraard heb ik het afgelopen jaar genoeg stunts uitgehaald met de bus. De beste zal ik er uitlichten. Midden in de winter, om een uur of half acht ‘s ochtends. Uiteraard had ik net de bus gemist op mn eigen halte, dus crosste ik in volle vaart naar de halte bij het winkelcentrum. Daar aangekomen zag ik nog net twee rode lichten om de rotonde heen wegrijden. Dus vroeg ik aan een jongetje die nog bij de bushalte stond. ‘He, was dat de 141 die daar wegreed?’ Het jongetje keek me bevreemd aan en gaf daarna bevestigend antwoord. Uiterst gedepresseerd besloot ik daarna om dan maar mn fiets naar huis te brengen en vervolgens de bus erna te halen op mn eigen halte. Dus ving ik de tocht huiswaarts weer aan. Echter, ter hoogte van de Frits Bode School kwam ik de bus tegen. Drie tellen lang bleef ik in uiterste verbazing doorrollen… direct daarna keerde ik als een gek mn fiets om en roste ik achter de bus aan. En welhaast, bij het winkelcentrum stond ie nog! Echter, met dat ik afstapte deed ie zn deuren dicht en reed ie verder naar de Ransuil. Weer fietsen op topsnelheid, en welhaast ik hield em bij. Maar het mooiste moest nog komen, ik keek wanhopig op naar de bus, en ineens ving mijn blik die van Peter, die me vierkant voor de achterruit uit zat te lachen.
Maar dat verstevigde mijn vastberadenheid de bus bij te houden alleen maar. Uiteindelijk heb ik de bus wel gehaald, trouwens. Er moest gelukkig voor mij iemand opstappen bij de Ransuil, waardoor de bus stopte en me deze keer wel genoeg tijd gunde om in te stappen.
Rest mij alleen nog mijn opstapgedrag van deze dagen te verklaren, want daar was deze log me eigenlijk om te doen. Marlies keek me zo bevreemd aan toen ik het maandag in de bus probeerde uit te leggen, dat ik besloten heb er maar een log aan te wijden zodat het meteen voor de hele wereld te begrijpen is.
Het geval wil dat mijn huis precies tussen de Vlaak en de Lange Dam in ligt. Je zou dus zeggen dat ik kan kiezen uit twee haltes. En dat deed ik voorheen ook altijd. Als ik vroeg was de Vlaak, als ik twee minuten wilde uitsparen de Lange Dam. Echter, toen Jannie mij enkele keren de ‘binnendoorsluiproute’ naar het Winkelcentrum liet zien, via welke je de bushalte aldoor in 7 a 8 minuten kunt bereiken gingen mijn radertjes werken. Nu hoefde ik nooit meer een bus te missen.
Vervolgens nam ik de tactiek aan om ook als ik een beetje laat was naar de Vlaak te lopen. Als ik dan de bus miste kon ik altijd nog doorkuieren naar het Winkelcentrum.
Nu is het helaas zo, dat er sinds de aanvang van het nieuwe schooljaar de buschauffeurs zich onnavolgbaar gedragen. De ene keer zijn ze vijf of tien minuten te vroeg, dan weer vijf minuten te laat. Echter, al zijn ze nog zo vroeg of laat bij de Vlaak, bij het Winkelcentrum zijn ze altijd precies op tijd. Dus loop ik de laatste tijd maar standaard naar het Winkelcentrum. Hartstikke logisch toch? Volgens de officiele dienstregeling zou het een kwartier moeten schelen, in de praktijk betekent dat, dat in plaats van tussen kwart over en tien voor half het huis uit te gaan en je te haasten om de bus te halen, je rustig om vijf voor half de deur uit kuiert en in alle rust naar het winkelcentrum kunt lopen en nog tijd over hebben. Dat scheelt dus vijf tot tien minuten voor wanneer je de deur uitmoet, plus dat je rustig aan kan doen. Perfect toch voor op de vroege ochtend?
Wel… aldus mijn busherinneringen, en mijn redenen voor het opstappen bij het Winkelcentrum. Ik groet u, en hoop een minder groot gat te laten tussen deze, en mijn volgende log.